Video: Martin Bodyvormen

Als liefhebber van akoestische gitaren ben je natuurlijk ook geïnteresseerd in het merk Martin. Al meer dan 180 jaar toonaangevend met innovatie en traditioneel vakmanschap. Maar hoe herken je de verschillende bodyvormen, en hoe kies je de gitaar die bij jou past? Dave Doll legt het uit in een duidelijke video.

Moeite met het engels? Hieronder een samenvatting:

Een stukje geschiedenis

Als het gaat om de klankkast van een akoestische gitaar is er niet één perfecte vorm. Verschillende voorkeuren en verschillende toepassingen vragen om verschillende bouwwijzen, dat wist men al toen Martin in het begin van de 19e eeuw begon. Men had toen nummers voor de grootte van de body; hoe hoger het nummer, hoe kleiner de body. In de loop der tijd is men grotere gitaren gaan maken, en werd noodgedwongen het getal 0 gebruikt. En nog groter: 00, 000 en zelfs 0000. We spreken dit meestal uit als 'double-o', 'triple-o' en 'quad-o'. Je begrijpt dat men op zeker moment overgestapt is op letters in plaats van nummers; de 0000-body is even groot als een M-body.

Stap voor stap

Verwarrend? Laten we de huidige bodyvormen stap voor stap langs gaan.
de 0 is iets groter dan de 1, en is de standaard 14-fret bodyvorm. 14-fret betekent dat de hals bij de 14e fret aan de body vastzit. de 00 is zoals gezegd iets groter, en de 000 nog iets groter. De verschillen zijn maar klein, maar zijn wel belangrijk voor de klank.

000 en OM

Een variant van de 000 is de OM, wat staat voor Orchestra Model. Het enige verschil tussen 000 en de OM is de mensuurlengte, dus de lengte van de toets. De OM-28 en 000-28 bijvoorbeeld, hebben dezelfde 000 14-fret bodyvorm maar een verschillende lengte van de toets. Het scheelt niet heel veel, de 000-28 is 24,9" lang, en de OM-28 heeft een mensuur van 25,4".

M en J

Op dezelfde manier is 0000 bodyvorm gelijk aan de M body. Van bovenaf gezien is ook de J-body (Jumbo) gelijk aan de M body. Het verschil tussen de M en de J is de diepte van de klankkast. De Jumbo is dieper, en voelt daarom veel groter aan. Je begrijpt dat dit ook veel invloed heeft op de klank.

Dreadnought

Het volgende model is de bekende dreadnought, overigens geïntroduceerd door Martin in 1931. Met zijn kenmerkende rechte schouders en diepe kast geeft hij een vrij bassig geluid met veel sustain en en warmte. De dreadnought heeft niet zoveel midrange en hoog. Natuurlijk is dit allemaal ook afhankelijk van de gebruikte houtsoorten, maar we hebben het nu over de invloed van de bodyvorm. De dreadnought is de eerste gitaar die in het filmpje getoond en gedemonstreerd wordt.

OMC

De volgende gitaar is een OMC met exact dezelfde materialen en mensuurlengte, maar duidelijk een andere bodyvorm. De OMC is veel minder diep, wat resulteert in een minder luide klank. Deze gitaar klinkt meer 'mid-heavy', duidelijk met minder bas en iets luidere hoge klanken. Deze gitaar klinkt veel duidelijker door de mix van je band, en is daarom meer geschikt voor bijvoorbeeld akoestische gitaarsolo's.

GP

De dreadnought en de OMC zijn dus eigenlijk twee uitersten. Gelukkig blijkt er achter Dave nog een GP (Grand Performance) te staan. Dit model is 'in-between' met een body die enigzins lijkt op de OMC, maar met de diepte van de Dreadnought. Je hoort meer 'projectie', meer articulatie in de sound. De hebt nog steeds veel van de warmte, de diepte en de bas van de dreadnougt, maar met een duiderlijker onderscheidende klank en meer hoge tonen dan de dreadnought.

Gewoon proberen

De bodyvorm doet dus veel met de klank, en maakt ook verschil in hoe hij aanvoelt bij het spelen. Het belangrijkste advies is daarom dat je veel moet uitproberen, om er zo al doende achter te komen welke gitaar het best bij jou past. Probeer veel verschillende modellen, en de gitaar die je het meest 'aanspreekt' zal voor jou de beste keus zijn. Want dat is wat deze ambachtelijke producten doen. Door het gebruik van eersteklas hout, en door het uitmuntende handwerk is geen een gitaar exact hetzelfde, en is niet precies te voorspellen met welke gitaar je de beste klik hebt.